Veelvoorkomende oorzaken van dementie

De ziekte van Alzheimer is de vaakst voorkomende vorm van dementie en is verantwoordelijk voor ongeveer twee derde van alle gevallen van dementie. Andere vaak voorkomende vormen van dementie zijn vasculaire dementie (bij maximaal 20% van de patiënten met dementie), ‘Lewy body’-dementie (ongeveer 15% van alle gevallen van dementie), frontotemporale dementie (minder dan 5% van de gevallen van dementie).36 De grenzen tussen de verschillende vormen van dementie zijn onduidelijk en er kunnen gelijktijdig gemengde vormen alsook dementie als comorbiditeit bij andere ziekten voorkomen.29 Daarnaast zijn er minder vaak voorkomende vormen van dementie, waaronder: Parkinson-dementie, de ziekte van Huntington, de ziekte van Creutzfeldt-Jakob en andere prionziekten, dementie bij HIV/aids, traumatisch hersenletsel en het syndroom van Korsakov (met inbegrip van dementie door overmatig alcoholgebruik).37

Er zijn meerdere risicofactoren voor dementie aan te wijzen, die gedurende het hele leven variëren. Het bereikte onderwijsniveau op jonge leeftijd, bijvoorbeeld het aantal jaren dat onderwijs is genoten, beschermt tegen dementie en een hoger onderwijsniveau kan het begin van dementie later in het leven vertragen.38 Daarnaast zijn hypertensie, diabetes mellitus type 2, hyperlipidemie, cognitieve activiteit, sociale activiteit, lichaamsbeweging, alcoholgebruik, dieet, en roken ook in verband gebracht met de ontwikkeling van dementie.38,39 De ziekte van Alzheimer met laat begin, de meest voorkomende vorm van dementie, is naar men denkt een multifactoriële aandoening waarbij de ziekte zich waarschijnlijk ontwikkelt door een combinatie van genetische, leefstijl- en omgevingsfactoren. Op genetisch vlak vergroot een polymorfisme van het apolipoproteïne E (APOE)-gen, in het bijzonder APOE ε4 op chromosoom 19, iemands risico op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer met laat begin.40 Dit gen en andere genen zijn betrokken bij het risico op het ontwikkelen van de ziekte van Alzheimer. Onder andere verhoging van de productie van preseniline en amyloïd-β-precursorproteïne (BAPP) bleek de afzetting van het amyloïd-β-proteïne in hersenweefsel te vergroten.41 Naast deze genetische risicofactoren kunnen epigenetische veranderingen van het genoom (modificatie van het genoom om genen uit te zetten) een rol spelen in het proces waarbij omgevings- en leefstijlfactoren de genexpressie beïnvloeden en onderliggende genetische risicofactoren verbeteren of versterken.42 Tot slot is in recente onderzoeken de afbraak van de bloed-hersenbarrière, met inbegrip van een verhoogde permeabiliteit, microbloedingen, een verstoord transport van voedingsstoffen, en een verminderde verwijdering van neurotoxinen, herkend als mechanisme voor het binnendringen van neurotoxische stoffen, waaronder mogelijk bacteriën en bacteriële bijproducten, in de hersenen bij neurodegeneratieve ziekten.43

Beheer Cookies