Kenmerken van SARS-CoV-2

Coronavirussen (Coronaviridae, van de orde der Nidovirales) zijn grote enkelstrengs-RNA-virussen.49,50 Momenteel zijn er vier bekende geslachten van coronavirussen: α-CoV, β-CoV, γ-CoV en δ-CoV.51,52 Coronavirussen zijn aangewezen als de ziekteverwekkers bij mensen en andere gewervelden. SARS-CoV-2 behoort tot de β-CoV-familie, waarvan bekend is dat zij, net als α-CoV-virussen, zoogdieren en mensen infecteren.49,53,54 SARS-CoV-2 bezit een ultrastructuur die typerend is voor andere coronavirussen, namelijk een membraanenvelop met meerdere S-proteïne-uitsteeksels (afbeelding 1).55 Er is ook ontdekt dat het viruskapsel andere polyproteïnen, nucleoproteïnen en membraaneiwitten tot expressie brengt, waaronder in het bijzonder RNA-polymerase, 3-chymotrypsineachtig protease, papaïneachtig protease, helicase, glycoproteïne en accessoire eiwitten.7,55,56 De S-proteïnen van coronavirussen binden aan receptoren op gastheercellen om het virus in staat te stellen binnen te dringen in de doelwitcellen. Voor SARS-CoV-2 is de doelreceptor de humane ACE2 (angiotensineconverterend enzym 2)-receptor.57-60 Affiniteit voor de ACE2-receptor wordt verondersteld de verhoogde viruslast te verklaren die wordt waargenomen bij ouderen, aangezien ACE2-expressie toeneemt met de leeftijd.61

Afbeelding 1. Diagram van de ultrastructuur van het SARS-CoV-2-virus.91
Afbeelding van de ultrastructuur van het SAR-CoV-2-virus.

Het staat vast dat RNA-virussen hogere mutatiepercentages kennen dan DNA-virussen.62 Op locatieniveau hebben DNA-virussen doorgaans mutatiepercentages in de orde van 10−8 tot 10−6 substituties per nucleotidelocatie per celinfectie (s/n/c). RNA-virussen hebben mutatiepercentages die variëren tussen 10−6 en 10−4 s/n/c. Gezien dit hoge mutatiepercentage kunnen RNA-virussen met hoge pathogeniciteit zich over het algemeen frequenter in de omgeving ontwikkelen en voortplanten.62 Huidige gegevens suggereren echter dat SARS-CoV-2 mogelijk een lager mutatiepercentage kent dan influenzavirussen, wat voordelig kan zijn tijdens het ontwikkelen van vaccins en doelgeneesmiddelen.63 Daarnaast is het reproductiecijfer (R0) van SARS-CoV-2 geschat op 1,5-6,49 met een mediane waarde van 2,78.64 Deze R0 ligt hoger dan die van SARS-CoV-1 (mediane R0=1,3)65 en H1N1-influenza (mediane R0=1,46),66 maar lager dan die van mazelen (mediane R0=16,1).67

SARS-CoV-2 heeft talloze overeenkomsten met SARS-CoV-1 [de ziekteverwekker die verantwoordelijk was voor de uitbraak van SARS (severe acute respiratory syndrome) in 2002-2003], maar er zijn enkele belangrijke verschillen. Beide hebben hun oorsprong in China en beide vertonen stabiliteit in het milieu. In een in-vitro-onderzoek was SARS-CoV-2 maximaal drie uur lang detecteerbaar in aerosolen, maximaal vier uur op koper, maximaal 24 uur op karton en maximaal twee tot drie dagen op kunststof en roestvrij staal.68 Hoewel SARS-CoV-1 werd uitgeroeid door intensief bron- en contactonderzoek en isolatiemaatregelen van geïnfecteerden, en er sinds 2004 geen gevallen meer zijn aangetroffen.69 blijkt SARS-CoV-2 aanzienlijk moeilijker uit te roeien te zijn. Opkomend bewijs duidt erop dat asymptomatische personen die met SARS-CoV-2 geïnfecteerd zijn, het virus mogelijk overdragen voordat de symptomen bij hen beginnen.70 Het optreden van asymptomatische transmissie verkleint de effectiviteit van de maatregelen om de ziekte onder controle te krijgen, die wel effectief waren tegen SARS-CoV-1.70In tegenstelling tot SARS-CoV-1 lijken de meeste secundaire gevallen van virustransmissie van SARS-CoV-2 zich voor te doen in de maatschappij.70

Beide virussen vertonen bindingsaffiniteit voor de ACE2-receptor om gastheercellen binnen te dringen. De S-proteïnen van SARS-CoV-2 zijn echter minder stabiel dan die van SARS-CoV-1 en polyklonale anti-SARS-S1-antistoffen die het binnendringen van SARS-CoV-1 remmen, zijn niet effectief tegen SARS-CoV-2-pseudovirionen.71 Verdere onderzoeken waarin serum van herstelde SARS- en COVID-19-patiënten werd gebruikt, tonen een beperkte kruisneutralisatie aan, wat erop duidt dat herstel van de ene infectie mogelijk geen bescherming biedt tegen de andere.71

Beheer Cookies