Voorbeeldtoets

  1. Uit onderzoek uit 2019, waarin het hersenweefsel van oudere personen werd onderzocht, bleek dat gingipaïnes afkomstig van de P. gingivalis in ____________ concentraties aanwezig waren in de hersenen van personen met de ziekte van Alzheimer dan/als bij personen zonder de ziekte van Alzheimer.
  1. De populatie ouderen in de Verenigde Staten groeit naar verwachting ___________ tegen het jaar 2050.
  1. Ongeveer hoeveel mensen wereldwijd krijgen elk jaar de diagnose dementie?
  1. Wat was de economische impact van dementie in de Verenigde Staten in 2015?
  1. Dementie is de ________ belangrijkste oorzaak van jaren geleefd met een handicap.
  1. Alle volgende factoren zijn in verband gebracht met de ontwikkeling van dementie, BEHALVE:
  1. Ongeveer _______ van de volwassenen in de V.S. ouder dan 30 jaar lijdt aan parodontale ziekte.
  1. Chronische ontsteking beïnvloedt de progressie van dementie. Er is verondersteld dat ontsteking de microglia voorbereidt en de productie van neuronale eiwitten die met dementie gepaard gaan, vergroot.
  1. Langs welke routes dringen orale bacteriën naar men denkt onder andere de hersenen binnen.
  1. Zowel cariës als parodontale ziekte nemen in prevalentie toe met de leeftijd en komen vaak voor bij oudere personen. Factoren die deze toename in ziekteprevalentie beïnvloeden, zijn onder andere ______________.
  1. Weerstandsgedrag tegen verzorging wordt als volgt gedefinieerd:
  1. Welk percentage gediplomeerde verpleeghulpen meldt weerstandsgedrag tegen verzorging in respons op het bieden van mondhygiëne?
  1. Welke van de volgende mechanismen kunnen verzorgers toepassen om weerstandsgedrag tegen verzorging te verminderen?
  1. Alle volgende uitspraken zijn waar over zilverdiaminefluoride (ZDF), BEHALVE:
  1. ZDF zorgt ervoor dat cariës tot stilstand wordt gebracht door verhoging van het beschikbare fluoride en remineralisatie. ZDF remt bovendien collagenasen en cysteïnekathepsinen.
  1. Welke van de volgende zijn non-verbale tekenen van oraal ongemak die kunnen worden herkend bij een patiënt met dementie die niet meer spreekt?
    i. Kauwen op de lip of tong
    ii. Trekken aan het gezicht of de lippen
    iii. Weigeren om een gebitsprothese te dragen
    iv. Agressie in respons op algemene dagelijkse handelingen die te maken hebben met mondverzorging

  1. Betrokkenheid van het interdisciplinaire gezondheidszorgteam bij de evaluatie en het leveren van verzorging van de mondgezondheid kan leiden tot ______________ bij patiënten met dementie?
  1. Bij patiënten met dementie kan een verbeterde mondgezondheid tevens leiden tot verbeteringen in de algehele gezondheid. Welke van de volgende veranderingen wordt niet waargenomen bij een verbeterde mondgezondheid bij patiënten met dementie?
Beheer Cookies