Overzicht

In 2019 duidden breed gepubliceerde bevindingen erop dat bepaalde enzymen in hogere concentraties zijn aangetroffen in het hersenweefsel van personen met pathologie en symptomen van de ziekte van Alzheimer dan in de hersenen van personen zonder dergelijke symptomen. Deze enzymen (gingipaïnes) worden afgescheiden door bacteriën van de soort Porphyromonas gingivalis (P.g.). Van deze bacteriën wordt algemeen gedacht dat ze een van de fundamentele pathogenen voor parodontitis zijn.1 Dit rapport heeft interesse gewekt in de potentiële rol van parodontale ziekten in de ontwikkeling van de ziekte van Alzheimer en andere vormen van dementie. Het is echter belangrijk op te merken dat deze gegevens zijn gebaseerd op een dwarsdoorsnedeanalyse van weefsels en dat gingipaïnes werden gevonden in 96% van alle beoordeelde weefsels. Dit rapport bouwt ook verder op eerder onderzoek bij dieren dat erop duidde dat chronische orale toepassing van P.g. of de gingipaïnes die deze bacterie produceert, de vorming deed toenemen van amyloïd-bèta. Deze component van amyloïdplaques draagt, wanneer zij zich ophopen, bij aan de ziekte van Alzheimer.2 Terwijl prospectieve onderzoeken nodig zijn om het causale verband en/of gebruikelijke routes voor het ontstaan van de ziekte vast te stellen, is er in recente rapporten gespeculeerd dat de parodontale gezondheid cruciaal kan zijn in deze populatie.

Eerder onderzoek duidde erop dat patiënten met parodontale ziekte tot 70% meer kans hebben op het krijgen van de ziekte van Alzheimer dan degenen met een goede parodontale gezondheid.3,4 Dit verband kan het gevolg zijn van een slechtere mondhygiëne na verloop van tijd door achteruitgang ten gevolge van dementie, de weerstand van patiënten met dementie om hun mond te laten verzorgen door hun verzorger met als gevolg een daling van de mondhygiëne, door medicatie geïnduceerde xerostomie, of andere uitdagingen in verband met het leveren van mondhygiëne aan patiënten met dementie die leiden tot grotere tandplaquemassa’s en/of meer pathologische intraorale bacteriën. Er is ook verondersteld dat deze interactie kan worden gemedieerd door ontsteking, het parodontale microbioom, en de immuunreacties op die pathogenen.5,6 De populatie ouderen (ouder dan 65 jaar oud) in de Verenigde Staten zal naar verwachting vrijwel verdubbelen van 43,1 miljoen in 2014 tot 83,7 miljoen tegen het jaar 2050.7 Momenteel lijden meer dan 5 miljoen volwassenen, ongeveer 13,9% van de oudere volwassenen, in de Verenigde Staten aan dementie.8 Bovendien daalt het percentage totale edentatie en bereikt het naar verwachting tegen 2050 het lage percentage van 2,6%, wat, rekening houdend met schattingen van groei en veroudering van de populatie, een daling van 30% in totale edentatie vertegenwoordigt.9 Verder vergroten geneesmiddelen voor dementie vaak de symptomen van xerostomie en worden hogere cariëspercentages gezien bij patiënten met dementie, in het bijzonder bij degenen met matig ernstige tot ernstige ziekte en/of degenen die in verpleeginstellingen verblijven.10,11 Daarom volgt daaruit dat een groot aantal oudere volwassenen dentaat is en aan dementie lijdt, en dus mondzorg nodig heeft die wordt geleverd of gefaciliteerd door de belangrijkste zorgverleners. Er is behoefte aan protocollen die effectieve mondverzorging thuis mogelijk maken voor patiënten met dementie en tegelijkertijd weerstandsgedrag tegen verzorging en niet-chirurgische interventies minimaliseren voor patiënten met cariës en/of parodontale ziekten.12-14 Deze cursus poogt het begrip van de mondzorgverleners van de interactie tussen parodontale ziekte, cariës en dementie te verbeteren. De cursus zal ook dienen als hulp in het klinische beslissingsproces om de mondgezondheid voor patiënten met dementie en parodontale ziekte te optimaliseren.

Beheer Cookies