Classificatie van cognitieve achteruitgang

Dementiesymptomen variëren over het algemeen in ernst en ontwikkelen zich in de loop van de tijd van geen achteruitgang tot zeer ernstige dementie. Zowel de Global Deterioration Scale/Reisberg Scale als de Functional Assessment Staging Test (FAST) verdelen de progressie van dementie onder in zeven fasen (tabel 1).44

Tabel 1. Fasen van dementie en bijbehorende symptomen.44
Diagnose
Fase
Verschijnselen en symptomen
Geen dementie
Fase 1:
Geen cognitieve achteruitgang
In dit stadium functioneert een persoon normaal, heeft deze geen geheugenverlies en is deze mentaal gezond. Mensen zonder dementie zouden in fase 1 zijn.
Geen dementie
Fase 2:
Zeer lichte cognitieve achteruitgang
Deze fase wordt gebruikt om normale vergeetachtigheid die gepaard gaat met het ouder worden, te beschrijven. De betroffen persoon vergeet bijvoorbeeld hoe iemand heet en waar hij bekende voorwerpen heeft neergelegd. Symptomen van dementie zijn niet duidelijk voor de persoon of hun arts.
Geen dementie
Fase 3:

Lichte cognitieve achteruitgang

Deze fase omvat toegenomen vergeetachtigheid, enige moeite met concentreren en verminderde werkprestaties. Mensen kunnen vaker de weg kwijtraken of moeite hebben de juiste woorden te vinden. In deze fase beginnen iemands naasten een cognitieve achteruitgang op te merken.
Vroege fase
Fase 4:
Matig ernstige cognitieve achteruitgang

 

Deze fase omvat moeite met concentreren, een verminderd geheugen voor recente gebeurtenissen, en moeite om de financiën te regelen of alleen naar nieuwe plaatsen te reizen. Mensen hebben moeite om complexe taken efficiënt of nauwkeurig uit te voeren en kunnen hun symptomen ontkennen. Zij kunnen zich ook beginnen terug te trekken uit de familie- of vriendenkring omdat het moeilijk voor hen wordt zich sociaal te gedragen. In deze fase kan een arts duidelijk cognitieve problemen detecteren tijdens ondervraging en onderzoek van de patiënt.
Midden-fase

Fase 5:
Matig ernstige tot ernstige cognitieve achteruitgang

Mensen in deze fase hebben grote geheugentekorten en hebben hulp nodig om hun dagelijkse activiteiten (aankleden, wassen, eten bereiden enzovoort) voor elkaar te krijgen. Geheugenverlies is prominenter aanwezig en kan grote relevante aspecten uit het huidige leven omvatten. Mensen kunnen bijvoorbeeld hun adres of telefoonnummer vergeten, of niet meer weten hoe laat het is of waar zij zich bevinden.
Midden-fase

Fase 6:
Ernstige cognitieve achteruitgang (middenstadium dementie)

Mensen in fase 6 hebben uitgebreide assistentie nodig om hun dagelijkse activiteiten uit te voeren. Zij beginnen namen te vergeten van naaste familieleden en herinneren zich vrijwel geen recente gebeurtenissen. Veel mensen herinneren zich slechts enkele details uit hun vroegere leven. Deze personen hebben ook moeite om van 10 terug te tellen en taken te voltooien. In deze fase is incontinentie (verlies van controle over de blaas en darmen) een probleem. De spreekvaardigheid neemt af. Er kunnen persoonlijkheids-/emotionele veranderingen optreden, zoals waanideeën (iets geloven wat niet waar is), compulsies (eenvoudig gedrag herhalen, zoals schoonmaken), of angst en agitatie.
Late fase

Fase 7:
Zeer ernstige cognitieve achteruitgang (ernstige dementie)

Mensen in deze fase kunnen in wezen niet meer spreken of communiceren. Zij hebben hulp nodig met de meeste activiteiten (bijvoorbeeld naar het toilet gaan, eten). Zij verliezen vaak psychomotorische vaardigheden. Bijvoorbeeld het vermogen om te lopen.
Beheer Cookies