Andere risicofactoren

Een familiale voorgeschiedenis van depressie kan het risico van een vrouw op de ontwikkeling van stoornissen verhogen. Maar depressie kan ook voorkomen bij vrouwen bij wie geen genetische links zijn geïdentificeerd.54 Patiënten met familieleden die lijden aan majeure depressieve stoornissen hebben 1,5 tot 3,0 maal meer kans op het ontwikkelen van een depressie dan de algemene bevolking.49 Genetische onderzoeksgegevens hebben gesuggereerd dat de invloed van meerdere genen samen met een combinatie van andere factoren aanleiding kan geven tot een mogelijk risico op depressie.55 Kinderen in gezinnen met volwassenen die lijden aan depressieve stoornissen lopen een hoger risico op attention-deficit/ hyperactivity disorders (ADHD, aandachtsstoornis, al dan niet met hyperactiviteit) of angststoornissen.49

Volgens Burt56 “geeft een trauma beleefd door een vrouw in haar vroege kindertijd aanleiding tot een risico op depressie later in het leven.” Een voorgeschiedenis van huiselijk geweld, misbruik, incest of het verlies van een ouder tijdens de kindertijd kan later in het leven een depressie uitlokken.49

Vrouwen hebben vaker last van psychosociale stressfactoren dan mannen. Dit verhoogt hun kans op depressie.56 Stress op het werk, binnen het gezin of het huwelijk/de relatie kan depressieve episodes uitlokken, net als een scheiding, een overlijden of persoonlijk trauma. De zorg voor bejaarde ouders en kinderen, in combinatie met het huishouden of verantwoordelijkheden op het werk, kunnen stresserende situaties veroorzaken en zo een depressie uitlokken. Vrouwen zouden anders reageren op stresserende gebeurtenissen dan mannen en om onbekende redenen lopen ze door hun langdurige reactie op stress een hoger risico op depressie dan mannen.56 In studies kon geen verklaring gevonden worden voor het feit dat sommige vrouwen, die met vergelijkbare uitdagingen geconfronteerd werden, geen depressieve stoornis ontwikkelden.48

Er is onderzoek gedaan naar hormonale, voor vrouwen unieke factoren, als mogelijke verklaring voor het hogere aantal depressies bij vrouwen. Aangezien hormonen een directe invloed hebben op het vermogen van de hersenen om stemmingen en emoties te controleren, hebben wetenschappers onderzoek gedaan naar de invloed van hormonen tijdens specifieke periodes in het leven van een vrouw - de puberteit, de maandstonden, de zwangerschap, na de bevalling en voor en na de menopauze.57,58,61 Een week voor de menstruatie werden angst, stemmingsschommelingen, prikkelbaarheid en depressie vastgesteld bij vrouwen die leden aan een ernstige vorm van het premenstrueel syndroom, de premenstruele dysforische stoornis (PMDD).57 Vrouwen die lijden aan PMDD vertonen andere reacties op hormonale veranderingen. Ze geven blijk van een sterkere gevoeligheid, die mogelijk verband houdt met een voorgeschiedenis van stemmingsstoornissen of nog niet geïdentificeerde verschillen in de hersenchemie. Momenteel wordt onderzoek gedaan naar de cyclische oestrogeenperiodes, die de werking van de hersenen beïnvloeden en mogelijk geassocieerd zijn met depressie.57,58

Postnatale depressie komt geregeld voor bij vrouwen. Door de talrijke lichamelijke en hormonale veranderingen tijdens en na de zwangerschap kunnen episodes van depressie ontstaan. Voor veel vrouwen gaat het om voorbijgaande episodes, maar sommige vrouwen kunnen last krijgen van ernstige depressie en hebben emotionele steun en therapie nodig. Munk en collega’s59 stelden een verhoogd risico op psychische stoornissen vast tot verschillende maanden na de bevalling. Anderen suggereerden dat vrouwen die lijden aan een postnatale depressie mogelijk al tijdens de zwangerschap een depressie hadden, die echter niet gediagnosticeerd werd. Op basis van studieresultaten werden aanbevelingen geformuleerd, onder meer dat vrouwen tijdens de zwangerschap en ook na de bevalling gescreend moeten worden op depressie.54,55

Depressie lijkt niet geassocieerd met het normale verouderingsproces. Er is nochtans onderzoek gedaan dat suggereert dat oudere vrouwen vaker last hebben van depressie dan oudere mannen, hoewel dat aantal bij vrouwen afneemt na de menopauze.60 De overgangsfase tussen premenopauze en menopauze gaat gepaard met hormonale schommelingen. Niet alle vrouwen krijgen last van stemmingsveranderingen, maar sommige lopen een verhoogd risico op depressie. Deze depressieve stoornissen werden vastgesteld zonder aanwezigheid van een voorgeschiedenis61,61 Andere studies wijzen dan weer uit dat depressie bij postmenopauzale vrouwen vooral voorkomt bij vrouwen met een voorgeschiedenis van depressieve stoornissen. Oudere vrouwen hebben de neiging om gevoelens als droefheid niet uit te drukken, om er niet over te praten. Ze vertonen ook minder duidelijke symptomen waardoor artsen minder vaak een depressieve stoornis zullen vaststellen.48